Begrippen Externe Taalgeschiedenis

  • Global rating average: 0.0 out of 5
  • 0.0
  • 0.0
  • 0.0
  • 0.0
  • 0.0
138 Cards. Created by Cédric Leppens ().
Een begrippenlijst voor het vak: Nederlandse Taalkunde 3: Externe Taalgeschiedenis
 
Term  
Definition

Diachrone taalstudie

De diachrone taalstudie verwijst naar ontwikkelingen binnen het taalsysteem. Wordt ook interne taalgeschiedenis genoemd.

Synchrone taalstudie

De synchrone taalstudie verwijst naar welke geografische, demografische, sociale en politieke factoren de taalgeschiedenis beïnvloeden.

Dialectdivergentie

Een fenomeen waarbij een taal die oorspronkelijk sterk op elkaar lijkt, steeds verder van elkaar weg beweegt. Dit gebeurt door de toenemende standaardisering langs beide zijden van de staatsgrens, waardoor de dialectsprekers zich meer op de eigen cultuurtaal gaan richten.

Nederrijngebied

Een van de oudste cultuurhaarden in het Germaanse gebied.

Oudnederlands

Een verzamelterm voor dialecten van enkele Germaanse stammen die zich na de volksverhuizingen in de lage landen hebben gevestigd.

Monogenese-hypothese

De hypothese die veronderstelt dat alle talen uiteindelijk teruggaan op 1 grondtaal.

Polygenese-hypothese

De hypothese die veronderstelt dat er op verschillende plaatsen in de wereld oertalen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan.

Vergelijkende taalwetenschap

Een wetenschap die vooral bekend was eind 18de eeuw, begin 19de eeuw. Deze wetenschap gaat uit een van een systematische vergelijking van talen, waarmee men kan aantonen dat sommige talen met elkaar verwant zijn en dus tot eenzelfde taalfamilie behoren.

Taalgenetische invalshoek

Een methode uit de taalverwantschap, waarbij men zoekt naar de gemeenschappelijke oorsprongstaal van 2 of meer talen.

Overgeërfde kenmerken

Kenmerken die uit de gemeenschappelijke oorsprongstaal afkomstig zijn.

Primaire woordenschat

Het studieobject van de zoektocht naar taalverwantschap. Deze woordenschat is relatief stabiel en de woordvorm van de woordenschat is arbitrair.

Taaltypologische invalshoek

Een methode uit de taalverwantschap, waarbij men indelingen maakt op basis van grammaticale kenmerken.

Hypothetische oertaal

Een taal, die gereconstrueerd is, aangezien er geen overblijfselen meer van te vinden zijn.

Hypothese van Gimbutas

Deze hypothese betreft de herkomst en verspreiding van het Indo-Europees. Gimbutas veronderstelt dat de Indo-Europeanen afstammen uit Zuid-Rusland en Oost-Oekraïne. Deze mensen waren ruiters-herders uit de Kurgancultuur. Zij nemen geleidelijk de Balkan en het gebied rond de Donau in in het 4de millennium v.C.). Rond 2500 v.C. bereiken ze de Lage Landen.

Hypothese van Renfrew

Deze hypothese betreft de herkomst en verspreiding van het Indo-Europees. Hij veronderstelt dat de Indo-Europeanen afstammen uit het huidige Turkije. Vanaf 6000 v.C. zouden deze agrarische gemeenschappen zich via de Balkan hebben verspreid over de rest van Europa op zoek naar landbouwgronden.

De eerste Germanen

Het eventuele resultaat van een bevolkingsvermenging tussen Indo-Europeanen en hunebedbouwers.

Germaanse klankverschuiving

Ook de Wet van Grimm genoemd. Dit is een cluster van 3 klankverschuivingen waarbij de stemhebbende plof en wrijfklanken stemloos worden.

Het futhark

Dit is het Germaanse runenschrift. De naam is ontleend aan de eerste 6 letters van hun alfabet.

De Krim

Oekraïens schiereiland. Op deze plek heeft tot in de 18de eeuw een vorm van Gotisch standgehouden.

De Codex Argenteus

Een handschrift in het (Oer)-Oost-Germaans dat rond 500 is ontstaan. Het heeft zijn naam te danken aan het feit dat het geschrift in zilverkleurige letters is. Hierin zit een kopie van de bijbelvertaling van bisschop Wulfila.